Hoe het betaald wordt

Hoe arrangementsgeld werkt

Mag arrangementsgeld naar een externe partij? Ja. Geen wet verbiedt het — het is bestuursbeleid, en dat verschilt per stichting. Of het bij jouw school kan, hangt dus af van je samenwerkingsverband en van je bestuur. Hieronder staat wat landelijk vastligt, wat per verband verschilt, en welke vier vragen je aan je bestuurskantoor stelt.

Door Celine, Juf · 20 jaar onderwijservaringBijgewerkt op 31 juli 2026

Het stelsel

Waar het geld vandaan komt

Het schoolbestuur heeft de zorgplicht: de wettelijke opdracht om elk kind een passende plek te bieden. Dat geldt voor leerlingen die al ingeschreven staan en voor kinderen die zich aanmelden.

Het geld waarmee dat kan, gaat niet rechtstreeks naar de school. Scholen werken samen in regionale samenwerkingsverbanden, en die verbanden ontvangen het budget voor extra ondersteuning. Het verband verdeelt dat vanuit zijn ondersteuningsplan — het wettelijke document waarin het verantwoording aflegt over hoe het de ondersteuning in de regio regelt, inclusief de verdeling van de middelen.

Daarom is er geen landelijk antwoord op de vraag hoe je een arrangement betaalt. Er is een antwoord per samenwerkingsverband, en dat staat opgeschreven.

Samenwerkingsverbanden publiceren hun ondersteuningsplan. Op de site van jouw verband staat dus hoe een toekenning in jouw regio loopt en welke voorwaarden eraan hangen.

Drie routes

Hoe het geld bij de school terechtkomt

De Inspectie van het Onderwijs onderscheidt drie manieren waarop een samenwerkingsverband de middelen inzet. Welke bij jullie geldt, bepaalt wie er ja zegt en wat je daarvoor nodig hebt.

Schoolmodel

Het samenwerkingsverband maakt een bedrag over aan de school voor de begeleiding van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, en laat de invulling aan de school.

Dan beslist de school zelf, binnen de voorwaarden van het verband. Je hebt geen externe toekenning nodig — je hebt de directeur nodig.

Leerlingmodel

De school doet per leerling een aanvraag bij het samenwerkingsverband om die leerling te mogen begeleiden.

Dan is er een aanvraag met een onderbouwing en meestal een termijn. Hier begint het bij de startscreening: die levert het handelingsplan waar de aanvraag op rust.

Expertisemodel

Het samenwerkingsverband heeft eigen experts in dienst die de ondersteuning op scholen verlenen.

Dan komt er in principe iemand van het verband. Externe uitvoering is dan een aanvullende vraag: wat het verband niet kan leveren, of niet op tijd, koop je erbij.

Deze modellen sluiten elkaar niet uit. Een samenwerkingsverband kan alle drie toepassen, en de meeste verbanden doen dat ook — de Inspectie noemt ze daarom hybride. Je hoeft dus niet te weten welk model het is. Je hoeft één keer te kijken hoe de toekenning bij jouw verband loopt.

De vraag zelf

Mag arrangementsgeld naar een externe partij?

Ja, dat mag.

Of het bij jullie ook kán, hangt van twee dingen af — en geen van beide is een wet.

  • De voorwaarden van het samenwerkingsverband. Die staan in het ondersteuningsplan. Het ene verband maakt een bedrag over en laat de besteding aan de school, het andere koppelt een toekenning aan zijn eigen inzet.
  • Het beleid van je bestuur. De een laat de school zelf beslissen over de besteding, de ander houdt dat centraal. Dat is bestuursbeleid en geen wetgeving, en het verschilt dus per stichting.

Het tweede is niet op te zoeken. Dat is één telefoontje of één mail naar het bestuurskantoor, met één vraag erin:

Mag deze school arrangementsgeld inzetten voor de externe uitvoering van een toegekend arrangement?

Op dat antwoord kun je verder. Is het ja, dan gaat het over de inhoud. Is het nee, dan weet je dat voordat je een plan hebt gemaakt dat niet doorgaat. Zet in diezelfde mail meteen de drie vragen erbij die je daarna toch nodig hebt.

De checklist

Vier vragen aan je bestuurskantoor

De eerste is de vraag hierboven: die beslist of het kan. De andere drie bepalen hoe je de aanvraag ingediend krijgt, en je hebt ze alle drie nodig zodra het antwoord ja is.

Eén mail dus, met vier vragen erin.

  1. Mag deze school arrangementsgeld inzetten voor externe uitvoering, en tot welk bedrag zonder aparte goedkeuring? Het tweede deel is het deel dat vergeten wordt. Een ja met een bovengrens is een ander ja dan een ja zonder, en dat verschil merk je pas bij de aanvraag.
  2. Komt het arrangementsbudget bij de school terecht, of blijft het bij het bestuur? Dit is de vraag onder de drie routes hierboven. Het antwoord zegt wie er ja zegt: de directeur of het bestuurskantoor.
  3. Welke onderbouwing wil het bestuur zien — volstaat een handelingsplan met doelen, aanpak, frequentie en meetmomenten? Vraag ook of er een vast format voor is. Dat scheelt je een ronde herschrijven.
  4. Op welk moment in het schooljaar moet zo'n aanvraag binnen zijn? Dit is de vraag die het vaakst een periode kost, want aan een antwoord dat achteraf komt valt niets te repareren.

Vier antwoorden en je weet of dit kan, bij wie je moet zijn, wat er in de aanvraag moet en wanneer hij binnen moet zijn. Dat is alles wat er aan de geldkant te weten valt.

Nakijken

Waar het antwoord voor jouw school staat

Vier documenten. Drie ervan zijn openbaar of liggen op school; voor het vierde moet je één keer bellen.

In welk document je vindt hoe extra ondersteuning bij jouw school wordt toegekend en betaald
Wat je zoektWaar je het vindt
Hoe de toekenning in de regio looptHet ondersteuningsplan van je samenwerkingsverband, op hun site
Wat de school zelf al biedtHet schoolondersteuningsprofiel, meestal in de schoolgids
Of de school zelf over de besteding beslistHet beleid van je bestuur — vaak niet openbaar, dus vraag het het bestuurskantoor
Wat er voor deze leerling is afgesprokenHet ontwikkelingsperspectief in het leerlingdossier

Wat onder basisondersteuning valt is afgesproken binnen het samenwerkingsverband. Ook dat verschilt dus per regio, en het bepaalt of er voor een leerling een ontwikkelingsperspectief nodig is.

Het scharnierpunt

Waarom alles op het ontwikkelingsperspectief aankomt

Scholen in het primair en voortgezet onderwijs moeten een ontwikkelingsperspectief opstellen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Valt de ondersteuning onder de basisondersteuning, dan hoeft dat niet.

Wat er in moet

  • de verwachte uitstroombestemming, met een onderbouwing waarin de belemmerende en de bevorderende factoren staan;
  • een beschrijving van de te bieden ondersteuning en begeleiding, en — als die er zijn — de afwijkingen van het reguliere onderwijsprogramma.

Van het ontwikkelingsperspectief zelf hoeven scholen alleen de begin- en einddatum in ROD te registreren. De inhoud niet.

Dit is het document waarop een aanvraag rust en waarop een verantwoording teruggrijpt. Daarom schrijven wij ons handelingsplan, ons logboek en onze evaluaties zo dat ze erop aansluiten in plaats van ernaast te liggen.

Onze kant

Wat wij aanleveren voor de aanvraag en de verantwoording

Na de startscreening een individueel handelingsplan met doelen, aanpak en meetmomenten, geschreven zodat het aansluit op het ontwikkelingsperspectief. Direct bruikbaar als onderbouwing bij een aanvraag.

Tijdens het schooljaar per periode een logboek, per kwartaal een evaluatie, en drie evaluatie- en afstemmingsgesprekken. Eén bedrag per leerling per schooljaar.

Bij de verantwoording richting bestuur of samenwerkingsverband is er niets meer te schrijven. Het staat er al.

Wat er verder in zit, staat op de pagina over het begeleidingspakket.

Tot slot

Wat scholen hierover vragen

De vragen die hierover het vaakst terugkomen. De vier vragen die je zelf aan je bestuurskantoor stelt, staan hierboven.

Krijgt de school het geld voor extra ondersteuning zelf?

Niet rechtstreeks. Het schoolbestuur heeft de zorgplicht, maar het budget voor extra ondersteuning gaat naar het regionale samenwerkingsverband. Dat verdeelt het vanuit zijn ondersteuningsplan, het wettelijke document waarin het verantwoording aflegt over de verdeling. Daarom is er geen landelijk antwoord op de vraag hoe je een arrangement betaalt: er is een antwoord per samenwerkingsverband, en dat staat opgeschreven.

Waar het geld vandaan komt

Wie beslist of arrangementsgeld naar een externe uitvoerder mag?

Je bestuur, binnen de voorwaarden van het samenwerkingsverband. Geen wet verbiedt externe uitvoering — het is bestuursbeleid, en dat verschilt per stichting. Maakt het verband een bedrag over aan de school en laat het de invulling aan de school, dan beslist de directeur. Loopt het per leerling via een aanvraag bij het verband, dan hangt er een onderbouwing en meestal een termijn aan vast.

De drie routes

Waar staat hoe een toekenning bij ons in de regio loopt?

In het ondersteuningsplan van je samenwerkingsverband. Dat is openbaar en staat op hun site. Wat de school zelf al biedt staat in het schoolondersteuningsprofiel, meestal in de schoolgids. Alleen het beleid van je bestuur is vaak niet openbaar; dat is de ene vraag die je moet stellen.

De vier documenten

Is er een ontwikkelingsperspectief nodig voor een arrangement?

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben moet de school een ontwikkelingsperspectief opstellen. Valt de ondersteuning onder de basisondersteuning, dan hoeft dat niet — en wat daaronder valt is per samenwerkingsverband afgesproken. Van het perspectief zelf hoeft alleen de begin- en einddatum in ROD te staan, de inhoud niet.

Waarom alles hierop aankomt

Verantwoording

Waar dit op gebaseerd is

De regels op deze pagina komen uit de bronnen hieronder. Wat er voor jouw school geldt, staat in de documenten uit de tabel hierboven — de uitvoering verschilt per samenwerkingsverband en per bestuur.

Verder lezen

De begeleiding en de kosten

  • Individuele leerlingbegeleiding op de basisschool.

    34 schoolweken, twee keer een half uur per week, dezelfde onderwijscoach. Inclusief handelingsplan, logboek en evaluaties voor het OPP. €3.320 per schooljaar.

    Begeleiding
  • Wat kost leerlingbegeleiding op de basisschool?

    Wat erin zit, hoe het uit arrangementsgeld wordt betaald, en wat het vervangt.

    Voor basisschooldirecteuren

Even overleggen

Weet je niet welke route bij jullie geldt?

Dat hoef je ook niet alleen uit te zoeken. Vertel in een half uur wat er ligt, dan kijken we samen wat je aan je bestuurskantoor moet vragen en wat wij aan onderbouwing kunnen aanleveren.